top menu

Bijlage, is er leven voor de dood

OPENHEID OVER SUICIDALITEIT

Mijn psychiater had een mooie opdracht voor me; als ervaringsdeskundige proberen de balans te vinden met betrekking tot de mogelijkheid suicidaliteit te bespreken zonder daarmee destructiviteit te triggeren.

Deze opdracht ontstond naar aanleiding van een eerder stuk over het succes van mijn behandeling. Mijn psychiater vroeg mij – een tijd later – of ik begreep waarom men niet over zelfmoord praatte. Nee, ik begrijp dat niet. Mijn behandeling is een succes, de verstandhouding met mijn hulpverleners is prima. Alles is bespreekbaar, behalve dat ene heikele punt; zelfmoord. Natuurlijk is het zo dat hulpverleners zelfmoord uiteindelijk niet kunnen voorkomen. Maar ik vind het een misvatting dat er niet over gesproken mag worden, om daarmee destructief gedrag te voorkomen.

Na het schrijven van het stuk over het succes van mijn behandeling deed ik, een paar maanden later, een serieuze zelfmoordpoging. Die voor mijn hulpverleners als donderslag bij heldere hemel kwam. Ik had de signalen, voor mijn gevoel, duidelijk aangegeven, behalve concreet mijn zelfmoordgedachten. Wetend dat als ik dát zou benoemen, het gesprek beëindigd zou worden. Hebben mijn hulpverleners daarmee de destructiviteit voorkomen? Nee, eerder het tegendeel.

Als symptoom van mijn ziektebeeld heb ik soms dergelijke negatieve gedachten. Die, als ik ze niet mag uiten, hardnekkig vast gaan zitten in mijn hoofd. Het geeft een scheve verhouding met de hulpverlener. In de gesprekken met mijn psychiater is openheid een essentiële bouwsteen. Ook over zelfmoordgedachten, zou ik willen. Pas als ik die zou mogen uiten, is er de mogelijkheid voor mezelf, voor ándere opties dan alleen hardnekkig fatale gevoel.

Natuurlijk zijn er grenzen. Volgens mij moet er een richtlijn te bedenken zijn tot hoever een patiënt zijn gedachten over suïcidaliteit mag maken bij de hulpverleners. De huidige richtlijn er niet over te mogen praten, vind ik getuigen van een stukje destructiviteit. Bestraffend, met intense eenzaamheid voor de patiënt tot gevolg. Waardoor het bijna onmogelijk wordt überhaupt nog constructief te blijven.

De feiten liegen er niet om. Zelfs met het huidige beleid inzake zelfmoord, worden er veel zelfmoordpogingen gedaan. Zelfs (toenemend) in de psychiatrische klinieken zelf. Meestal blijft het bij een poging, overleeft de patiënt. Maar de impact voor medemensen, zowel hulpverleners als patiënten, is groot. Dan wordt erover gepraat, als bittere mosterd na de maaltijd.

Hadden die pogingen voorkomen kunnen worden? Misschien niet, maar misschien ook wel. Door in ieder geval de mogelijkheid te bieden – beleidsmatig – zelfmoordgedachten te ventileren, zonder daarvoor ‘straf’ te krijgen.

Zelfredzaamheid is een groot goed binnen de huidige psychiatrie. Het blokkeren van het gespreksonderwerp ‘suïcide’ staat daar, mijns inziens, haaks op. Enerzijds van bovenaf druk uitvoerend, anderzijds ‘zoek het zelf maar uit’.

Bespreekbaar maken van suïcide betekent volgens mij niet per definitie uiteindelijk uitvoeren van die plannen. Bespreekbaar maken doorbreekt de stilte, de negatieve gevoelsspiraal. De eenzaamheid, het schuld- en schaamtegevoel. Het taboe wat op zelfmoord rust, ook bij hulpverleners en verplegend personeel.

Na mijn zelfmoordpoging kwam ik in het ziekenhuis en zag de afschuwelijke, onuitgesproken verwijten in de ogen van het ziekenhuispersoneel. Ik zag ze denken; ‘daar hebben e er weer zo ééntje’.

Moet ik me schamen voor een zelfmoordpoging, als symptoom van mijn psychiatrische ziekte, waar ik niet over mocht praten? Wat ik daardoor niet kan relativeren. En wat me zo intens eenzaam maakte, dat ik des te meer reden had er een einde aan te maken.

Ik zou willen pleiten voor een ander beleid ten aanzien van suïcidaliteit, destructiviteit. Minder hardheid, meer medemenselijkheid. Niet zo onuitgesproken veroordelend. Veiligheid is essentieel in een ander beleid.

Als ik de veiligheid zou hebben geweten dat ik mijn destructieve gedachten in ieder geval had mógen bespreken, zou ik niet meer zo destructief hebben hoeven zijn. Dan hoef ik mezelf niet te straffen voor het feit dat ik mezelf zou willen straffen. En daarin bevestigd wordt, door het huidige beleid. Dan kan ik – met de hulpverlener samen – proberen iets anders te bedenken.

Gedeelde smart is halve smart, dat geldt volgens mij zéker bij zelfmoordgedachten. Ontneem psychiatrische patiënten niet de mogelijkheid op ándere – constructiever – gedachten te komen.

En natuurlijk blijft het de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt. Dat geldt voor veel dingen; innemen van medicatie, leefstijl, aankaarten van problemen. Als er vanuit die invalshoek gekeken wordt naar het mogen bespreken van destructieve gedachten en gevoelens, valt er waarschijnlijk een groot stuk lading en beladenheid weg. Dan zijn zelfmoordwensen, net als alle andere dingen die in gesprekken ter tafel komen, een ‘gewoon’ probleem. Die, net als alle andere problemen, de ene keer wat meer en de andere keer wat minder spelen. Juist door het huidige beleid er niet over te mogen praten, wordt het een levensgroot en levensbedreigend probleem.

27 maart 2010

webdesign: MM IT Solutions International

Powered by WishList Member - Membership Software